Nummer één.

Het is altijd ongemakkelijk, zo’n beginpost. Het is als een eerste date. Je wil dat er een klik is, een flow, je probeert op elke mogelijke manier alle vormen van ongemak te vermijden zodat de ander jou de ware vindt. Je wil niet te diep zijn, niet te nonchalant maar ook niet te aanhankelijk. Je wil verleiden op een manier die niet per se verleidelijk is. Niet te gewoon zijn, maar zeker niet te extreem. Je weet wel, jezelf zijn, maar dan ook echt totaal niet.

Dat dus.

En dan achteraf. Dat gevoel dat je bekruipt, van je onderrug naar je nek, en dat zich vervolgens nestelt in je hoofd. Dat gevoel dat fluistert, “had je dit nou zo moeten zeggen?”. En dat jij dan, omdat je verder toch niks anders te doen hebt terwijl je wacht op een eerste bericht erna, nog toegeeft aan die fluistering ook. Je gaat nadenken over elke beweging die je deed, dat ene moment dat je lang uit het raam keek (maar je was niet verveeld, echt niet!), of dat je toen je lachte per ongeluk een knorgeluidje maakte. Dat afscheid, dat hele, hele, ongemakkelijke afscheid.

Dat dus. Maar dan zometeen, als dit online staat.

Daar gaat een eerste post nou eenmaal om, en een eerste date overigens ook. Het is lekker oncomfortabel, op een manier die je ergens wel interesseert. Het gaat niet om perfectie of weten waar het heen gaat. Het gaat gewoon om iets beginnen, hopen dat de ander de rekening oppakt en dan wel zien hoe het loopt. Nonchalant, maar ook niet te aanhankelijk.

Dat allemaal.

Hoi. En welkom.