Over onmogelijke dingen

Ik weet dat ‘vroeger’ niet een term is die ongegeneerd gebruikt kan worden door iemand die zich nog aan de goede kant van 25 bevindt, maar vroeger was ik een puber met ongeveer acht My Chemical Romance posters in haar kamer en een voorliefde voor de combinatie van roze oogschaduw en oogpotlood. Voor de cultuurbarbaren onder ons, My Chemical Romance was een band die zeer geliefd was onder boze tieners die zich wel af wilden zetten tegen de wereld, maar niet te erg. Ik dus. Vroeger luisterde ik hun cd’s op repeat op mijn stereo-installatie. Ja kindertjes, dat was ooit een ding.
Ik luisterde naar emo-muziek en probeerde me voor te stellen dat ik ooit niet op die plek in mijn leven was. Het leek me onmogelijk. Daar, in de kamer waar ik al sinds ik klein was sliep, in het dorp waar mijn hele leven zich tot dan toe had afgespeeld, kon ik me niet bedenken hoe ik ooit een ander leven zou leiden. Ik geloofde niet dat ik ooit niet boos zou zijn, of dat ik ooit zou afstuderen, dat ik meer vrienden zou maken dan degenen die ik toen had. Mijn god, ik geloofde niet eens in telefoons met touchscreen.
De herinnering aan die gedachtes is zo tastbaar dat als ik mijn ogen sluit, ik zo weer in mijn oude kamertje sta, naast mezelf als toen nog veertien-/vijftien-/zestienjarige. Wetende wat ik nu weet is het een bitterzoete herinnering. Ik weet dat het anders gaat worden, dat maakt het zoet. Ik weet dat het toen zo hopeloos voelde, dat maakt het bitter. Maar ik denk er graag aan terug, zeker als de dingen nu onmogelijk voelen.
Er is nog zoveel wat je niet weet. Soms lijkt iets onmogelijk, niet omdat het zo is, maar omdat je brein zich gewoon niet kan voorstellen hoe anders alles kan zijn. Want vroeger kon ik niet zien wat ik nu heb. Ik denk niet dat ik toen wist dat het mogelijk was.
En later, veel later, kijk je terug naar dit moment, en weet je alle dingen die je nu nog niet eens voor mogelijk houdt.