Een opbiechting

Ik heb dit geheim lang met me meegedragen, zeker meer dan tien jaar. Al die tijd drukte de waarheid op mijn schouders. Het was moeilijk: slapen, mezelf in de spiegel aankijken, genieten van de kleine dingen. Het is tijd om hier eerlijk over te zijn.

Ik was een Habbo Hotel catfish.

Het waren simpelere tijden, toen ‘catfish’ gewoon nog een vis was en Habbo Hotel hét sociale netwerk. Na het aanmaken van een profiel en een eigen Habbo personage, oftewel, een samenstelling van pixels en een slecht digitaal kapsel, kon je je poppetje door het hotel laten lopen en laten praten met andere bewoners. Het was, kort gezegd, fantastisch. Al werd het na een tijdje wel saai.

Dus. Je bent een elfjarig kind met het gehele internet voor je en je verveelt je. Wat doe je? Precies, je maakt een ander Habbo-account aan, je doet je voor als man en gaat meisjes versieren samen met je toenmalige bestie. Het bleek verbazingwekkend makkelijk.

Het ging niet om de emotionele verbindingen die ik legde, het ging me erom dat ik meubels kon aftroggelen van nietsvermoedende pubers. Uiteindelijk kon ik mijn hotelkamer prachtig inrichten en daar eindeloos “Bobba” in zeggen. Hoe mijn relaties afliepen, weet ik niet meer. In ieder geval ben ik blij dat het niet gefilmd werd door de crew van MTV.

Oppasoma

Ze brengt met trillende handen de kop thee naar haar lippen. Ze haalt diep adem, alsof ze iets wil zeggen, maar neemt dan een slok. Ik zeg niets wanneer ze de kop terugzet op tafel en het bijna omgooit. Ze ziet niet alles even goed meer en toch vertrouw ik erop dat ze zichzelf kan redden.

Ze geeft me altijd koekjes wanneer ik op bezoek kom. Weigeren is geen optie. Ik neem me voor om te gaan wanneer ik mijn thee op heb – ze wordt snel moe – maar ik vergeet de tijd. Soms vertelt ze over vroeger, over toen ze mijn leeftijd had en er oorlog was. Soms vraagt ze me naar mijn ouders, mijn broer, mijn vrienden. Soms zeggen we even niets. Dat is ook prima.

“Vind je het niet heel vervelend?”, vraagt ze wanneer ze even de draad kwijt is.
Nee. Het antwoord is altijd nee.
“Neemt u gewoon de tijd”, zeg ik.
Ik ben er niet om op mijn telefoon te kijken, om te taggen en hashtaggen, om popcultuur te bespreken of te roddelen. Niet dat daar iets mis mee is, maar het hoeft niet altijd. Ik ben er om thee te drinken, mijn verplichte (maar altijd heerlijke) koekje te eten, en een gesprek aan te gaan.

“Heb je kennissen van mijn leeftijd?”, zegt ze.
Ik glimlach. Ik kom niet vaak mensen tegen die zeventig jaar ouder zijn dan ik, gek genoeg. Maar als ik haar spreek, dan wou ik dat iedereen iemand kende zoals zij.

Citroën C4 klasse

Een van de meest fascinerende dingen in het leven, naast die ene foto van NASA waarin een ontelbaar aantal sterrenstelsels te zien is, zijn autoreclames. Het is niet dat ik zo dol ben op de nieuwe Renault of een van die andere blikken op wielen. Het allermooiste aan autoreclames is hoe ver deze bedrijven verwijderd zijn van mijn ‘dieet van crackers en havermout’-leven.

Zo kun je een auto leasen “al vanaf 188 euro per maand”. Weet je wat ik kan doen van 188 euro per maand? Weet je hoeveel pizza’s je daarvan kan bestellen? Hoe vaak je Nederland met dat geld door kan reizen (oké, niet zo heel vaak, bedankt NS). Vanaf 188 euro kan ik maandelijks een uitstapje maken naar een Europese stad, daar een Venti Starbucksdrankje kopen, en weer terugvliegen. Kun je je voorstellen wat ik zou kunnen doen als ik die 188 pegels per maand zou opsparen?

Er zijn vast genoeg mensen die zich deze voertuigen kunnen veroorloven, maar ik ken ze niet. Ik stel me voor dat ze in kastelen leven en lachen om iemand zoals ik, die zojuist te weinig saldo had bij de supermarkt en daar een weg uit probeerde te vinden die niet extreem ongemakkelijk is (“eh, ha ha, ik denk dat er een foutje is gemaakt”).

Het leven is zwaar, maar het is toch dragelijk door autoreclames, die me toch gelukkig maken met het feit dat ik niet hoef te denken aan private leasing en of ik dan ook winterbanden krijg bij mijn gloednieuwe glimbak met versnellingen. Een beetje relativeren kan ook geen kwaad.

Simpel

De studiegroepen waren ingedeeld op basis van geloofsovertuiging. In mijn studiegroep zaten twee meisjes die de islam met de paplepel ingegoten hadden gekregen, een meisje uit een katholiek gezin dat zich had bekeerd naar de islam, twee christenen van middelbare leeftijd, en ik, die door mijn docent grappend “de heiden” werd genoemd. Onze opdracht als studiegroep was simpel: lees het verhaal van Hagar uit verschillende bronnen. Hagar, je weet wel, de tweede vrouw van Abraham. Abraham, je weet wel, die knakker die in de drie wereldreligies een grote rol speelt. Ik wist niets van Hagar.

De moslims brachten hun Koran mee en de christenen hun Bijbel. Ik nam de gekopieerde papiertjes mee en de kennis die ik had van Wikipedia. Ieder las een stuk van de vertaalde teksten. Daarna keken we elkaar wat schaapachtig aan.

“Wil je anders een stukje uit de Koran lezen?”, vroeg de christelijke vrouw uiteindelijk.
Een van de meisjes begon te lezen, in het Arabisch. Wij, de niet-moslims, luisterden ademloos naar haar intonaties en probeerden tevergeefs woorden te herkennen. Het meisje vertaalde, maar zei na iedere keer dat ze Abraham, of eigenlijk Ibrahim noemde, iets in het Arabisch.

Ik leerde alles wat er te weten viel over Hagar. Ik probeerde Arabische woorden uit te spreken. Ik las me in over womanisme en schreef er een paper over. Maar het meeste leerde ik aan die tafel. We waren een groepje mensen dat niets wist van elkaar, niet dezelfde overtuigingen had, en we leerden met en over elkaar terwijl er dagelijks een krantenkop verscheen over moslimterroristen, afgebrande kerken, en ander geweld door en tegen religieuze mensen.

Wat zegt het over de staat van onze wereld als deze herinnering aan dit simpele studiegroepje mijn bron van hoop is momenteel? Waarom is het zo’n controversieel idee dat mensen van verschillende achtergronden van elkaar kunnen leren? Begrijpen we nu nog niet dat al die angst zo makkelijk kan verdwijnen, als we gewoon even onze monden houden en luisteren naar wat een ander te zeggen heeft?

“Wat zeg je nou eigenlijk, nadat je Abraham noemt?”, vroeg een van ons aan het meisje met de bruine hoofddoek.
“Het betekent zoiets als ‘vrede zij met hem'”, legde ze uit. “Ibrahim is een belangrijke man in de islam, dit zeg je om je respect naar hem te uiten. Eigenlijk wensen we hem het beste.”

Hé wereld. Vrede zij met ons.

Nummer één.

Het is altijd ongemakkelijk, zo’n beginpost. Het is als een eerste date. Je wil dat er een klik is, een flow, je probeert op elke mogelijke manier alle vormen van ongemak te vermijden zodat de ander jou de ware vindt. Je wil niet te diep zijn, niet te nonchalant maar ook niet te aanhankelijk. Je wil verleiden op een manier die niet per se verleidelijk is. Niet te gewoon zijn, maar zeker niet te extreem. Je weet wel, jezelf zijn, maar dan ook echt totaal niet.

Dat dus.

En dan achteraf. Dat gevoel dat je bekruipt, van je onderrug naar je nek, en dat zich vervolgens nestelt in je hoofd. Dat gevoel dat fluistert, “had je dit nou zo moeten zeggen?”. En dat jij dan, omdat je verder toch niks anders te doen hebt terwijl je wacht op een eerste bericht erna, nog toegeeft aan die fluistering ook. Je gaat nadenken over elke beweging die je deed, dat ene moment dat je lang uit het raam keek (maar je was niet verveeld, echt niet!), of dat je toen je lachte per ongeluk een knorgeluidje maakte. Dat afscheid, dat hele, hele, ongemakkelijke afscheid.

Dat dus. Maar dan zometeen, als dit online staat.

Daar gaat een eerste post nou eenmaal om, en een eerste date overigens ook. Het is lekker oncomfortabel, op een manier die je ergens wel interesseert. Het gaat niet om perfectie of weten waar het heen gaat. Het gaat gewoon om iets beginnen, hopen dat de ander de rekening oppakt en dan wel zien hoe het loopt. Nonchalant, maar ook niet te aanhankelijk.

Dat allemaal.

Hoi. En welkom.

Hallo.

Ik ben Nicole. Ik heb wat ze noemen ‘een vlotte pen’. Ik schrijf teksten, voor mezelf en voor anderen, en ik help graag bij communicatie-uitdagingen. Onder dit bericht staan blogartikelen waar je wat tijd mee kan doorbrengen. Je kunt ook meer lezen over mij of je kunt me internetstalken. Mocht je meer willen weten, kun je me altijd een e-mail sturen.