Ice ice baby: ijssalon La Bella

De zomer is niet meer om de hoek. De zomer staat met koffers en al in onze hal en is al volop aan het shinen. En terwijl iedereen en je buurvrouw werkt aan hun zomerlichaam (wat dat dan ook moge zijn), heb ik besloten om alle ijssalons in Utrecht te reviewen. Ik kan wel doen alsof het vanuit een soort journalistiek oogpunt is, maar ik hou van ijsjes en dat is eigenlijk de enige reden. Dus laten we beginnen.

IJssalon La Bella
Deze ijssalon bevindt zit op het hoekje van Winkelcentrum Overvecht, wat toch de place to be is als je in het bezit bent van een of meerdere van de volgende dingen: een tribaltatoeage op je gezicht, een rokersstem, een broek met panterprint of een kind dat letterlijk nooit naar je luistert. Ik moet nog werken aan deze dingen. De ijssalon straalt een beetje vergane glorie uit, met haar vervaagde uithangbord waar niet drie ijsbolletjes op staan, maar gewoon drie rondjes in verschillende kleuren. Vul zelf maar in dat het ijs is. Je kunt in deze zaak overigens ook bonbons en pasta kopen. Ik weet niet helemaal hoe deze dingen gerelateerd zijn, maar mocht je ooit trek hebben in pasta, ga dan naar de ijssalon.


(http://www.scovervecht.nl/winkel/la-bella-ijssalon/ voor al je informatie over deze fabuleuze tent)

Vertel eens wat meer over dat ijs
Ik ben een ijs-in-bakjes-mens. Dat is de meest pure manier om het ijs te ervaren, en daarnaast druipt die zooi altijd overal heen als je het in een hoorntje doet dus dat is niks voor mij. Ik wil ijs kunnen eten zonder angst en een bijna meditatieve staat bereiken. Ik koos dus een bakje. Ik nam de smaken Cookies en Snickers. Waarom we de neiging hebben om in plaats van gewoon ‘koekjes’ juist Cookies zeggen, kan ik niet vertellen. Wat ik wel kan vertellen is dat deze bolletjes heel goedkoop waren, namelijk 1 euro per stuk. Zo kun je sparen voor je gezichtstatoeage of de naam van je geliefde over je tiet heen. Mijn huisgenoot Jade, die ook bij deze blijde gelegenheid moest zijn, ging voor de fruitsmaken bosvruchten en limoen.

Hoe smaakte dit spul
Nou, best wel lekker. We zaten op het kleine terrasje voor de ijssalon waar we omringd waren door mensen die ondanks het ijs ietwat chagrijnig waren. Ik besefte me tegen de tijd dat de Cookiessmaak op was wel dat het Snickersijs waarschijnlijk alleen naar pinda zou smaken. Ik had gelijk. Op een verdwaald stukje chocola na zat ik gewoon eigenlijk zoete pindakaas te eten. Dat was misschien een inschattingsfout van mijn kant.


(Zo zagen de lege bakjes eruit.)

Al in al was het prima ijs. Het is duidelijk dat je er niet al teveel geld aan hebt uitgegeven, maar in de rest van de wijk Overvecht is überhaupt niet zoveel geluk te vinden. In zekere zin moet je grijpen wat je grijpen kan. IJssalon La Bella krijgt 2,5 van de 5 bolletjes. Ja, dat is mijn puntentelsysteem. Op naar de volgende zaak.

De onzichtbare slaappil

Mijn moeder was een genie. Nu is ze dat overigens nog steeds, maar als kind besefte ik me dat nog niet zo als nu.

Zo had ik als kind de gewoonte om midden in de nacht wakker te worden en niet meer in slaap te vallen. Een gewoonte die ik vrolijk heb meegenomen naar volwassenheid. Maar toen ging ik, in plaats van gefrustreerd woelen in bed, mijn bed uit en mijn moeder lastigvallen.

“Mam. Mahammm.”
Je kent het. Mijn moeder schrok altijd wakker – uit diepe dromen, zo stelde ik me altijd voor. Dan keek ze me verwachtingsvol aan.
“Ik kan niet slapen.”
Ze knikte dan, alsof ze het helemaal precies begreep. Wat een geduld had deze vrouw. Of ik zei: “Ik heb een nachtmerrie gehad”, waarna ze me vroeg waar het dan over ging.

Vervolgens deed ze datgene waar ik nog steeds aan terugdenk met bewondering. Ze deed alsof ze diep in de zakken van haar niet-bestaande pyjamabroek reikte en ze overhandigde me De Onzichtbare Slaappil.

De Onzichtbare Slaappil was een pil, geheel onzichtbaar en zonder enige bijwerkingen, die ik mee moest nemen naar bed en door moest slikken (een slok water erbij was niet nodig). Dan zou ik in slaap vallen. Maar, en dit was belangrijk, de enige manier waarop de pil kon werken was als ik mijn ogen dichthield.

BRILJANT ZEG IK JE.

Ik geloofde heilig in de werking van De Onzichtbare Slaappil en ging er altijd braaf een halen wanneer ik weer eens midden in de nacht wakker werd. Op een gegeven moment was mijn moeder het zat om me elke keer een pilletje te geven en gaf ze me een doosje mee, zodat ik zelf kon doseren. Vanaf toen deed ik zelf alsof ik De Onzichtbare Slaappil uit de zakken van mijn pyjamabroek haalde.

Dit ene kleine verhaal is niet genoeg om uit te leggen wat een fijne moeder ik had en nog steeds heb. Van De Onzichtbare Slaappil tot samen muzieklessen volgen, van koffie in de straten van Parijs tot lachaanvallen in de sauna, van high tea tot lunch tot ‘wil je dat ene koken dat je had gemaakt in je studentenhuis?’, ik hou van mijn moeder op de meest cliché manier. Fijne moederdag.

Dingen die ik heb geleerd van roller derby

Als je het nog niet wist aan de tas en kleding die ik draag, aan mijn chronische blauwe plekken, mijn overweldigende hoeveelheid sportleggings of het feit dat ik er bijna altijd over praat, ik speel roller derby. Het is een snelle sport op rolschaatsen waarbij één iemand per team punten scoort door de tegenpartij in te halen en de rest probeert om die persoon ofwel te helpen, ofwel met man en macht tegen te houden.

Het is uitdagend, pijnlijk, en een van de grootste passies die ik heb, naast schrijven. Daarom was het zo leuk om een stuk te schrijven voor Marni’s prachtige website All Derby Things. Ik schreef over waarom je je niet tegen moet laten houden door alle ‘maren’. Als ik dat had gedaan drie jaar geleden, had mijn leven er nu heel anders uitgezien. Naast het feit dat ik waarschijnlijk minder vaak de vingerafdrukken van teamgenoten in mijn arm zou hebben staan, had ik ook een aantal levenslessen niet zo in de praktijk geleerd.

Levenslessen? Ja, geloof me, wanneer je op wielen staat, mensen omver probeert te beuken en je zo ver uit je comfort zone bent dat je na training drie uur niet kan slapen, leer je het een en ander. Zoals:
1. Als je valt, sta je zo snel mogelijk weer op.
Je gaat vallen tijdens roller derby, en als je mij bent, val je ook als je stilstaat. Des te sneller je weer opstaat, des te sneller ben je weer in the game en kun je weer een bijdrage leveren.
2. Wees niet bang om gehit te worden.
Ik was altijd bang om omver geduwd te worden, of voor de pijn van iemands heupen of schouders tegen die van mij. Maar je hoeft jezelf niet aan de kant laten duwen. Je mag ook gewoon terug beuken. Wanneer het leven je een hit geeft, geef je er gewoon een terug. Doei.
3. Je kunt veel meer dan je denkt.
Dat je nu nog niet in staat bent iets te doen, betekent niet dat je dat nooit zult zijn. Ik dacht altijd dat natuurlijk talent boven alles ging, maar met consistent oefenen en een flinke dosis doorzettingsvermogen kun je zoveel meer bereiken dan je voor mogelijk zou houden.

Een andere belangrijke levensles die ik heb geleerd van het leven op wielen: je moet gewoon doen. Hoe banger je bent, hoe minder goed iets gaat lukken. Maar daar schrijf ik over in het stuk voor All Derby Things.

Over onmogelijke dingen

Ik weet dat ‘vroeger’ niet een term is die ongegeneerd gebruikt kan worden door iemand die zich nog aan de goede kant van 25 bevindt, maar vroeger was ik een puber met ongeveer acht My Chemical Romance posters in haar kamer en een voorliefde voor de combinatie van roze oogschaduw en oogpotlood. Voor de cultuurbarbaren onder ons, My Chemical Romance was een band die zeer geliefd was onder boze tieners die zich wel af wilden zetten tegen de wereld, maar niet te erg. Ik dus. Vroeger luisterde ik hun cd’s op repeat op mijn stereo-installatie. Ja kindertjes, dat was ooit een ding.
Ik luisterde naar emo-muziek en probeerde me voor te stellen dat ik ooit niet op die plek in mijn leven was. Het leek me onmogelijk. Daar, in de kamer waar ik al sinds ik klein was sliep, in het dorp waar mijn hele leven zich tot dan toe had afgespeeld, kon ik me niet bedenken hoe ik ooit een ander leven zou leiden. Ik geloofde niet dat ik ooit niet boos zou zijn, of dat ik ooit zou afstuderen, dat ik meer vrienden zou maken dan degenen die ik toen had. Mijn god, ik geloofde niet eens in telefoons met touchscreen.
De herinnering aan die gedachtes is zo tastbaar dat als ik mijn ogen sluit, ik zo weer in mijn oude kamertje sta, naast mezelf als toen nog veertien-/vijftien-/zestienjarige. Wetende wat ik nu weet is het een bitterzoete herinnering. Ik weet dat het anders gaat worden, dat maakt het zoet. Ik weet dat het toen zo hopeloos voelde, dat maakt het bitter. Maar ik denk er graag aan terug, zeker als de dingen nu onmogelijk voelen.
Er is nog zoveel wat je niet weet. Soms lijkt iets onmogelijk, niet omdat het zo is, maar omdat je brein zich gewoon niet kan voorstellen hoe anders alles kan zijn. Want vroeger kon ik niet zien wat ik nu heb. Ik denk niet dat ik toen wist dat het mogelijk was.
En later, veel later, kijk je terug naar dit moment, en weet je alle dingen die je nu nog niet eens voor mogelijk houdt.

De Nachttrein

De nachttrein van Utrecht naar Rotterdam gleed door de soep van duisternis als een slang. Af en toe lichtten de schermen in de coupés wit op en gaven ze de eerstvolgende halte aan. Door de ramen was niets anders te zien dan zwart en de dansende lichten.

Zij zat in de trein. Zij, met haar zwarte haar en haar tas naast zich als een barrière tegen de andere reizigers. Zij, met haar blik steevast op haar telefoon waarmee ze binnen twintig seconden volledige paragrafen in grammaticaal correcte volzinnen kon uittikken. Ze viel bijna in slaap. Het beeldscherm was haar droomwereld. Af en toe glimlachte ze iets. Waarom moest ze glimlachen? Ze was het al vergeten wanneer ze doorscrollde. Haar aandacht dwaalde. Het was half vier. Het volgende station was Amsterdam Centraal. Dat wist ze uit haar hoofd. Zij hoefde niet te kijken. Zij kende het traject.

Utrecht Centraal – Amsterdam Centraal – Schiphol Airport – Leiden Centraal – Den Haag Holland Spoor – Delft – Rotterdam Centraal – Fiets – Huis – Bed

Slaap.
Ze was zo bezig met haar telefoon dat de persoon die de coupé binnenkwam haar niet opviel. Zij typte net een reactie op een Facebookbericht. Belangrijke zaken. De wassende maan gluurde door het raam. De onbekende persoon liep, liep, liep, hij was dichtbij haar en zij zag en hoorde niets. Zij schreef een bericht naar haar beste vriendin over hoe moe ze was. Belangrijke zaken. Hij – de persoon die nog geen naam droeg – legde zijn hand op de hoofdleuning waar haar tas lag te waken. Zij, nog midden in een reeks emoji’s, belangrijke zaken dus, schrok zo erg dat ze haar telefoon omhoog gooide. Ondanks de pogingen van de man om het ding op te vangen, viel het met een onverbiddelijke klap op de grond. De scheuren in het scherm waren meteen al zichtbaar.

Verder lezen →

Een opbiechting

Ik heb dit geheim lang met me meegedragen, zeker meer dan tien jaar. Al die tijd drukte de waarheid op mijn schouders. Het was moeilijk: slapen, mezelf in de spiegel aankijken, genieten van de kleine dingen. Het is tijd om hier eerlijk over te zijn.

Ik was een Habbo Hotel catfish.

Het waren simpelere tijden, toen ‘catfish’ gewoon nog een vis was en Habbo Hotel hét sociale netwerk. Na het aanmaken van een profiel en een eigen Habbo personage, oftewel, een samenstelling van pixels en een slecht digitaal kapsel, kon je je poppetje door het hotel laten lopen en laten praten met andere bewoners. Het was, kort gezegd, fantastisch. Al werd het na een tijdje wel saai.

Dus. Je bent een elfjarig kind met het gehele internet voor je en je verveelt je. Wat doe je? Precies, je maakt een ander Habbo-account aan, je doet je voor als man en gaat meisjes versieren samen met je toenmalige bestie. Het bleek verbazingwekkend makkelijk.

Het ging niet om de emotionele verbindingen die ik legde, het ging me erom dat ik meubels kon aftroggelen van nietsvermoedende pubers. Uiteindelijk kon ik mijn hotelkamer prachtig inrichten en daar eindeloos “Bobba” in zeggen. Hoe mijn relaties afliepen, weet ik niet meer. In ieder geval ben ik blij dat het niet gefilmd werd door de crew van MTV.

Oppasoma

Ze brengt met trillende handen de kop thee naar haar lippen. Ze haalt diep adem, alsof ze iets wil zeggen, maar neemt dan een slok. Ik zeg niets wanneer ze de kop terugzet op tafel en het bijna omgooit. Ze ziet niet alles even goed meer en toch vertrouw ik erop dat ze zichzelf kan redden.

Ze geeft me altijd koekjes wanneer ik op bezoek kom. Weigeren is geen optie. Ik neem me voor om te gaan wanneer ik mijn thee op heb – ze wordt snel moe – maar ik vergeet de tijd. Soms vertelt ze over vroeger, over toen ze mijn leeftijd had en er oorlog was. Soms vraagt ze me naar mijn ouders, mijn broer, mijn vrienden. Soms zeggen we even niets. Dat is ook prima.

“Vind je het niet heel vervelend?”, vraagt ze wanneer ze even de draad kwijt is.
Nee. Het antwoord is altijd nee.
“Neemt u gewoon de tijd”, zeg ik.
Ik ben er niet om op mijn telefoon te kijken, om te taggen en hashtaggen, om popcultuur te bespreken of te roddelen. Niet dat daar iets mis mee is, maar het hoeft niet altijd. Ik ben er om thee te drinken, mijn verplichte (maar altijd heerlijke) koekje te eten, en een gesprek aan te gaan.

“Heb je kennissen van mijn leeftijd?”, zegt ze.
Ik glimlach. Ik kom niet vaak mensen tegen die zeventig jaar ouder zijn dan ik, gek genoeg. Maar als ik haar spreek, dan wou ik dat iedereen iemand kende zoals zij.

Citroën C4 klasse

Een van de meest fascinerende dingen in het leven, naast die ene foto van NASA waarin een ontelbaar aantal sterrenstelsels te zien is, zijn autoreclames. Het is niet dat ik zo dol ben op de nieuwe Renault of een van die andere blikken op wielen. Het allermooiste aan autoreclames is hoe ver deze bedrijven verwijderd zijn van mijn ‘dieet van crackers en havermout’-leven.

Zo kun je een auto leasen “al vanaf 188 euro per maand”. Weet je wat ik kan doen van 188 euro per maand? Weet je hoeveel pizza’s je daarvan kan bestellen? Hoe vaak je Nederland met dat geld door kan reizen (oké, niet zo heel vaak, bedankt NS). Vanaf 188 euro kan ik maandelijks een uitstapje maken naar een Europese stad, daar een Venti Starbucksdrankje kopen, en weer terugvliegen. Kun je je voorstellen wat ik zou kunnen doen als ik die 188 pegels per maand zou opsparen?

Er zijn vast genoeg mensen die zich deze voertuigen kunnen veroorloven, maar ik ken ze niet. Ik stel me voor dat ze in kastelen leven en lachen om iemand zoals ik, die zojuist te weinig saldo had bij de supermarkt en daar een weg uit probeerde te vinden die niet extreem ongemakkelijk is (“eh, ha ha, ik denk dat er een foutje is gemaakt”).

Het leven is zwaar, maar het is toch dragelijk door autoreclames, die me toch gelukkig maken met het feit dat ik niet hoef te denken aan private leasing en of ik dan ook winterbanden krijg bij mijn gloednieuwe glimbak met versnellingen. Een beetje relativeren kan ook geen kwaad.

Simpel

De studiegroepen waren ingedeeld op basis van geloofsovertuiging. In mijn studiegroep zaten twee meisjes die de islam met de paplepel ingegoten hadden gekregen, een meisje uit een katholiek gezin dat zich had bekeerd naar de islam, twee christenen van middelbare leeftijd, en ik, die door mijn docent grappend “de heiden” werd genoemd. Onze opdracht als studiegroep was simpel: lees het verhaal van Hagar uit verschillende bronnen. Hagar, je weet wel, de tweede vrouw van Abraham. Abraham, je weet wel, die knakker die in de drie wereldreligies een grote rol speelt. Ik wist niets van Hagar.

De moslims brachten hun Koran mee en de christenen hun Bijbel. Ik nam de gekopieerde papiertjes mee en de kennis die ik had van Wikipedia. Ieder las een stuk van de vertaalde teksten. Daarna keken we elkaar wat schaapachtig aan.

“Wil je anders een stukje uit de Koran lezen?”, vroeg de christelijke vrouw uiteindelijk.
Een van de meisjes begon te lezen, in het Arabisch. Wij, de niet-moslims, luisterden ademloos naar haar intonaties en probeerden tevergeefs woorden te herkennen. Het meisje vertaalde, maar zei na iedere keer dat ze Abraham, of eigenlijk Ibrahim noemde, iets in het Arabisch.

Ik leerde alles wat er te weten viel over Hagar. Ik probeerde Arabische woorden uit te spreken. Ik las me in over womanisme en schreef er een paper over. Maar het meeste leerde ik aan die tafel. We waren een groepje mensen dat niets wist van elkaar, niet dezelfde overtuigingen had, en we leerden met en over elkaar terwijl er dagelijks een krantenkop verscheen over moslimterroristen, afgebrande kerken, en ander geweld door en tegen religieuze mensen.

Wat zegt het over de staat van onze wereld als deze herinnering aan dit simpele studiegroepje mijn bron van hoop is momenteel? Waarom is het zo’n controversieel idee dat mensen van verschillende achtergronden van elkaar kunnen leren? Begrijpen we nu nog niet dat al die angst zo makkelijk kan verdwijnen, als we gewoon even onze monden houden en luisteren naar wat een ander te zeggen heeft?

“Wat zeg je nou eigenlijk, nadat je Abraham noemt?”, vroeg een van ons aan het meisje met de bruine hoofddoek.
“Het betekent zoiets als ‘vrede zij met hem'”, legde ze uit. “Ibrahim is een belangrijke man in de islam, dit zeg je om je respect naar hem te uiten. Eigenlijk wensen we hem het beste.”

Hé wereld. Vrede zij met ons.

Nummer één.

Het is altijd ongemakkelijk, zo’n beginpost. Het is als een eerste date. Je wil dat er een klik is, een flow, je probeert op elke mogelijke manier alle vormen van ongemak te vermijden zodat de ander jou de ware vindt. Je wil niet te diep zijn, niet te nonchalant maar ook niet te aanhankelijk. Je wil verleiden op een manier die niet per se verleidelijk is. Niet te gewoon zijn, maar zeker niet te extreem. Je weet wel, jezelf zijn, maar dan ook echt totaal niet.

Dat dus.

En dan achteraf. Dat gevoel dat je bekruipt, van je onderrug naar je nek, en dat zich vervolgens nestelt in je hoofd. Dat gevoel dat fluistert, “had je dit nou zo moeten zeggen?”. En dat jij dan, omdat je verder toch niks anders te doen hebt terwijl je wacht op een eerste bericht erna, nog toegeeft aan die fluistering ook. Je gaat nadenken over elke beweging die je deed, dat ene moment dat je lang uit het raam keek (maar je was niet verveeld, echt niet!), of dat je toen je lachte per ongeluk een knorgeluidje maakte. Dat afscheid, dat hele, hele, ongemakkelijke afscheid.

Dat dus. Maar dan zometeen, als dit online staat.

Daar gaat een eerste post nou eenmaal om, en een eerste date overigens ook. Het is lekker oncomfortabel, op een manier die je ergens wel interesseert. Het gaat niet om perfectie of weten waar het heen gaat. Het gaat gewoon om iets beginnen, hopen dat de ander de rekening oppakt en dan wel zien hoe het loopt. Nonchalant, maar ook niet te aanhankelijk.

Dat allemaal.

Hoi. En welkom.